Waarom willen ‘ze’ eigenlijk bestuurlijke fusie?

Daarvoor worden vele redenen genoemd:

“Onvoldoende bestuurskracht” is de meest gehoorde. Dat wil zoveel zeggen als: het bestuur is onvoldoende in staat om haar ambities en opgaven waar te maken. Die ambities en opgaven kun je uitsplitsen naar het lokale en het regionale niveau.

 “Bestuurlijke drukte” is een ander argument. Daarmee wordt bedoeld dat het overleg tussen gemeenten in de regio, in wisselende verbanden, vaak moeizaam is en dat dit bestuurders veel tijd kost.

“Uitgeholde democratische controle”, is wat je raadsleden wel hoort zeggen. Waar gemeenten de krachten gebundeld hebben, bijvoorbeeld voor gezamenlijke zorginkoop, voelen nogal wat raadsleden zich belemmerd in hun controlerende taak. Dit doordat het te controleren werk buiten het eigen gemeentelijk ambtelijk apparaat gebeurt, in een gedeeld dienstencentrum. Ze uitten hun irritatie als volgt: “we horen te vaak: graag even tekenen bij de puntjes”.

“Het rijk legt steeds meer taken bij ons neer”.  Het meest aansprekende voorbeeld daarvan: de decentralisatie van de Zorg, in 2015. Deze beweging naar decentralisatie van overheidstaken zou lokaal steeds meer bestuurskracht vragen. Hoewel het eerlijk is om aan te geven dat er niet slechts taken bijkomen, er verdwijnen er ook (bijv. brandweer en scholen).

“Achterblijven bij de groei van omringende gemeenten” tenslotte, is soms ook een argument. Vrij vertaald is dit: de angst om een muurbloempje te worden, om ingekapseld te worden door een hongerige, machtiger buur, om de concurrentie daarmee niet aan te kunnen.